Jules Kieketeetn

Praten met de doden. Doet u dat nooit? Soit. Ik dus wel. Ik praat regelmatig met Jules Kieketeetn en Alex van ’t Paradijs… Zo werden mijn grootvaders genoemd. Ikzelf heb ze nooit gekend. Jammer. Alex Ostyn had in Ledegem een café (’t Paradijs), een kolenhandel en een zaadhandel. Iedereen in Ledegem kende Alex. Alex kende iedereen in Ledegem. Zo ging dat. De echte naam van mijn andere grootvader was trouwens ook niet Kieketeetn maar Cauwelier. Ook hij was een middenstander. In Watou. Hij had een voedingszaak annex zaadhandel. Vandaar zijn bijnaam ‘Kieketeetn’ (kippenvoer). En ja : Iedereen in Watou en omstreken kende Jules Kieketeetn. En Jules Kieketeetn kende iedereen. In huidige marketingtermen zouden we beide mannen ‘local heroes’ noemen.

En ik praat dus met hen. In mezelf. Ze antwoorden nooit echt. Raar, hé. Ze lachen, of ze zuchten. Als ik het men hen over ‘de politiek’ heb, zuchten ze diep en gelaten. Ze kennen de symptomen en gevolgen van een onverdraagzame maatschappij, denk ik. Als het over ‘feestjes, bier en liefde’ gaat, dan lachen ze. Dat vinden beide geesten blijkbaar geestig. Ik stel wijselijk geen vragen. Bij mijn laatste conversatie, toen ik hen probeerde uit te leggen wat het internet was, en hoe ‘e-commerce’ werkt, kwamen ze eerst niet bij van het lachen. Ze lagen werkelijk in een deuk. Voor zover geesten in een deuk kunnen liggen natuurlijk. Tot ik hun vertelde dat ook het automerk BMW auto’s via het koude, anonieme, onpersoonlijke internet zal verkopen. Toen viel er eerst een dodelijke stilte, gevolgd door een héél diepe, synchrone zucht. Sindsdien is het stil in het geestenrijk. De ‘local heroes’ zijn ontgoocheld. Alsof het allemaal mijn schuld is. Ze vergeten dat hun kleinzoon ook maar een marketeer is.

Ik praat trouwens ook met objecten. Vooral met gebouwen. Heerlijk. Vorig jaar kochten we een huis dat in 1870 werd gebouwd. Het overleefde twee wereldoorlogen. Onze straat werd in de Tweede Wereldoorlog vrijwel helemaal verwoest. Maar ons pand bleef recht. Het vertelt er nooit iets over. Jammer. Het leuke van het wonen in een oud huis is het besef dat het nooit echt van jou wordt. Je bent een passant. Een hoofdstuk van een boek. Tijdelijk zoals elk leven. Dat helpt een mens alles te relativeren. Zou een marketeer niet vooruit moeten kijken? Natuurlijk. Dat doe ik ook. Maar hoe meer ik naar de uitdagingen van de toekomst kijk, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat niets écht nieuw is. En dat de antwoorden misschien wel eens in het verleden kunnen liggen. Zo sprak ik onlangs nog met wijlen Thomas Edison, uitvinder van de gloeilamp in 1879. Ons huis was toen nog maar 9 jaar oud. “Kurt – Thomas noemt me steeds bij mijn voornaam – toen ik de gloeilamp voor het eerst demonstreerde, voorspelde ik dat er een dag zou komen waarop kinderen aan hun grootouders zouden vragen : Opa, een kaars wat is dat?” En opa zou antwoorden : “Vroeger, beste jongen, toe ik nog zo klein was als jij vandaag, bestonden gloeilampen niet.  Toen hadden we enkel kaarsen, kandelaars en olielampen. Maar die zijn door de komst van de gloeilamp volledig van de aardbol verdwenen … . Zo zag men toen de toekomst. Mag ik u vragen, Kurt, had ik gelijk? Neen hé? Mijn gloeilampen zijn ondertussen achterhaald, maar als ik goed ben ingelicht zit de verkoop van kaarsen en theelichtjes anno 2013 nog steeds in de lift. Denk daar maar eens over na … .”

En dan denk ik als eenvoudige marketeer, na overleg met mijn grootvaders, mijn huis, en Thomas Edison :  zou het niet kunnen dat de consument, na enkele jaren gulzig van het koude gemak van internet, webshops en e-commerce te hebben geproefd, steeds meer zal snakken naar de warmte, vriendelijkheid, vakmanschap en passie van de lokale handelaar? Zou het niet kunnen dat her en der jonge Jules Kieketeetn’s en Alex’en van ’t Paradijs zullen herrijzen? Ik denk het wel. Ik ben ervan overtuigd.

 

The return of the local hero…

(ook te lezen in ‘MAUSINE’ het magazine van www.mauscreations.be)

 

Share