Het pak met het zotte kantje

Linkerbeen korter dan rechterbeen. Schouder hangt lichtjes af. Kromme rug. Buikje wordt buik. De grote spiegel liegt niet : dit ben ik. Naast mij twee enthousiaste heren. Het meetlint, dat meestal als een priesterlijke stola hun hals siert, glijdt door hun ervaren handen. De gebroeders Van Poucke, vierde generatie kleermakers, meten elk lichaamsdeel precies en genadeloos. Ik ben een gewillig slachtoffer. Het is van de voorbereiding van mijn huwelijksfeest geleden dat ik me nog een pak liet aanmeten. Nu, 21 jaar later, geniet ik met stijgende bewondering van zoveel vakmanschap. Nee, kleren zeggen me niet zoveel. Thuis was ik het kakkernest, de West-Vlaamse eretitel voor de jongste van het gezin. En dat betekende dat ik de afdankertjes van mijn oudere broers kreeg. Broeken, hemden en truien belandden na enkele jaren trouwe broederdienst in mijn kast. Het kon me weinig schelen. Misschien verklaart dit waarom ik nog steeds weinig belang hecht aan mijn vestimentaire gewoontes. Ik ga ervan uit dat mijn omgeving mij waardeert voor wie ik ben, niet voor hoe ik me kleed. U begrijpt dan ook mijn verwondering toen een Kortrijkse kleermaker, Tom Van Poucke, mij zomaar beloofde : “Kurt, ik ga een pak voor u maken”.

Ik probeerde diplomatisch duidelijk te maken dat ik niet echt een Baltazar Boma imago ambieerde. Maar Tom hield vol. “Denk eens na Kurt. Dat jouw klanten jou niet op jouw kledij beoordelen, is misschien juist, maar stond je al eens stil bij de vele lezingen die je geeft? Die eerste indruk? Mensen hebben meer dan een half uur enkel de keuze tussen het kijken naar jou, of het kijken naar de slides die je brengt. Je wordt minutenlang van kop tot teen gescreend. Dan moet het toch goed zitten? De mouwen niet te lang of te kort, het jasje nauw aansluitend, de broek strak rond de poep… Wees gerust, ik maak een pak dat precies past bij wie jij bent. Geen Baltazar Boma, maar wel een pak ‘met oog voor eenvoud’. Alleen kenners zullen merken dat jouw kostuum puur vakmanschap is door de snit, de wijze waarop het werd gestikt, de keuze van de stof, de knopen. Maar vooral: het pak zal je perfect passen. Geen ongelijke schouders of kromme rug. Gelijke benen. Zelfs het buikje camoufleren we. En om het helemaal passend te maken bij wie je bent, zorg ik ook voor een ‘zot kantje’.”

Een zot kantje?

En zo kwam het dat ik de volgende week voor de ‘grote spiegel’ van ROLLS poseerde. Genietend van een heerlijk kopje koffie werd ik ondergedompeld in de wondere wereld van het maatpak. De diversiteit aan stoffen, knopen en kleuren. Mijn respect voor de passie van deze vaklui groeide met de minuut, en tegelijk ook mijn nieuwsgierigheid naar het eindresultaat.

Enkele weken later was mijn pak klaar. Met de nieuwsgierigheid van een plechtig communicantje haastte ik me naar mijn kleermaker die een stijlvol blauw kostuum te voorschijn toverde. Ik poseerde alweer voor de grote spiegel, maar deze keer werd ik niet met mijn onvolmaaktheden geconfronteerd. Het pak paste me als gegoten. Tom wees me op elk detail : de initialen binnenin en zelfs mijn motto ‘oog voor eenvoud’ stiekem in de binnenkant van mijn vestkraag geborduurd … . Ik was overtuigd. Dit was puur vakmanschap.

En het zotte kantje…? De binnenvoering van mijn jas is een gewaagde collage van vintage pin-up girls. 🙂 Zelfs Baltazar Boma zou er jaloers op zijn. Nu heb ik bij elke voordracht mijn nieuw pak aan. Een soort ritueel. En ik geef graag toe dat ik er mij super goed bij en in voel. Het idee dat er op heel de wereld maar één zo’n pak bestaat. Het idee dat er op heel de wereld niet één andere persoon is, die even goed in mijn kostuum past (of hij zou precies dezelfde afwijkingen moeten hebben) doet me wel iets. Nergens in de wereld kan ik dergelijk pak vinden. In geen enkele winkelketen. Op geen enkele webshop. Dit pak is werkelijk van en voor mij. Het is met liefde gemaakt. Vakmanschap. Beleving.

Precies hierin ligt de toekomst van de fysieke winkel : advies, deskundigheid en beleving. Net zoals de verkoop van kaarsen en theelichtjes mee profiteerde van de snelle groei van designverlichting, zal – naarmate de klant steeds meer op het afstandelijke internet aankoopt – ook de behoefte naar persoonlijke benadering en advies toenemen. Slimme handelszaken zullen niet alleen op die beleving en service inzetten, maar ze zullen ook het internet omarmen en een plaats in de winkel geven.

Hoe, en hoe snel deze evolutie zal gebeuren is niet te voorspellen. Wat ik wel met zekerheid weet : ‘mijn’ pak zal ik nooit op het internet vinden.

Lang leve de lokale vakman.

   

Share