Het ontstaan van de kloof tussen man en vrouw

Het verheugt me te horen dat ‘De Prinses op het Witte Paard‘ leest als een trein. Nochtans is de EVAlutie een delicaat thema. Iedereen is man of vrouw, en heeft dus een zeer persoonlijke mening. Daarom vond ik het belangrijk om af en toe een vrolijke en relativerende noot te voorzien. En de cartoons die Lectrr speciaal voor dit boek maakte, helpen ook natuurlijk. Ziehier een gratis smaakmakertje met als titel: “Het ontstaan van de kloof tussen man en vrouw”.

de prinses op het witte paard

Hoe gaan we ons voortplanten?”; vroeg Eva.

Adam keek haar wellustig aan. “Oh, ik heb wel enkele ideetjes”, zei hij glunderend terwijl hij opgewonden een bedje van vijgenbladen maakte.

Nee, dat bedoel ik niet”, snauwde Eva. “Ik bedoel : hoe zorgen we voor onze voortplanting? Ik meen toch begrepen te hebben dat die Boze Man verwacht dat we voor nakomelingen zorgen?”.

Adam zuchtte. Ze had gelijk. Na de belachelijke historie met de slang en de appel had God tijdens zijn furieuze uitbrander iets gezegd over een nageslacht. “Pff, ik stel voor dat we elk om beurt een ei leggen, en samen broeden tot er een levend wezen uit komt… Dus, kunnen we dan nu…. ? En hij gooide zijn vijgenblad ongeduldig op de grond.

Een ei?” riep Eva boos. “Een ei? Het is niet omdat jij elke dag jouw belachelijke haantjesgedrag etaleert, dat ik een dom kieken ben, meneer de-rib-donor. Want dat is wat je bedoelt hé? Zeg het nu maar. Zeg het maar: Je vindt me een ordinair stom kieken. Met een dikke kont. Dat is wat je eigenlijk denkt hé. Oh, … ik haat mannen!

Mannen?”, riep Adam op zijn beurt terwijl hij zijn vijgenblad opraapte. “Mannen?” Tot nader order ben ik hier de enige man op deze planeet hé. Waarom overdrijf jij toch altijd? Jij stelde me een vraag. Ik gaf een logisch antwoord. Ik stel gewoon objectief vast dat de wezens rondom ons eieren leggen om zich voort te planten, dus ga ik er gewoon van uit dat jij en ik hetzelfde doen. Elk om beurt een ei. Eerlijk verdeeld. Dat is toch de evidentie zelve?”

Eva draaide haar ogen naar de hemel. “Ach daar gaan we weer. Het is weer ‘evident’.

En hoe denkt meneer Adam een ei te leggen?”

Daar had Adam nog niet over nagedacht.

Euh… uit mijn poep…”

Uit je poep…? Uit je poep…?

Eva plooide dubbel van het lachen. “Maar ventje toch. Jij kermde al van de pijn toen je lichtjes geconstipeerd was na het eten van mijn vijgenpaté. Wat zou dat dan betekenen mocht je een ei met een diameter van 20 centimeter uit dat poepje moeten persen?”

Adam zweeg gekrenkt, maar dacht : “Ze heeft een punt. Misschien kan ik dit taakje beter delegeren”.

Hij keek haar recht in de ogen en zei: “Oké liefste Eva, je hebt gelijk. Zo’n ei leggen is niets voor mij. Misschien laat ik dit beter aan jou over. Wat stel je voor?”

Eva keek hem lief en triomfantelijk aan, en terwijl haar hand op zijn vijgenblad neervlijde, sprak ze: “Dank u, manlief. Ik wist wel dat je me zou begrijpen. Hier zijn mijn twee voorwaarden. Ten eerste zie ik het ei-idee niet zitten. Ik ben geen kip, en bovendien hou ik niet van half werk. De productie gebeurt zo lang mogelijk in mijn eigen buik, en pas wanneer het prototype levensvatbaar is, pers ik het door één of andere lichaamsopening. Ik heb er immers meer dan jij….”

Ter illustratie, en met een verleidelijke knipoog, liet Eva de split van haar vijgenblad openvallen.

Oef”, dacht Adam, “dat valt goed mee… En ten tweede?

Ten tweede”, sprak Eva “wil ik niet dat jij ondertussen zit te niksen. Jij gaat elke dag jagen, zorgt voor vers vlees, maakt een dak boven ons hoofd, en zorgt voor onze veiligheid.”

Adam verbleekte. “Maar Eva, dat meen je toch niet? We zijn hier wel verondersteld in het ‘paradijs’ te leven hé! Ik zal me kapot moeten werken. Ik zal…

Tut, tut, tut”, onderbrak Eva hem. “Voor wat hoort wat. En als ’t u niet aanstaat, ga op een ander!

Maar hier is geen ander…!”, riep Adam dramatisch. “Komaan Eva, wees nu eens redelijk. Het zou toch logischer zijn, mochten we de taken eerlijk verdelen? Jij zet meisjes op de wereld, ik jongetjes. Ik vind wel een opening…

Maar Eva was vastberaden: “Ik de kinderen. Jij het werk. Hoor ik je nog?

Adam’s verzet was hopeloos. Hij keek haar moedeloos aan, draaide zich om, nam zijn jachtspeer, en prevelde net luid genoeg zodat ze het kon horen: “Durf later niet te klagen over emancipatie, genderkloven en glazen plafonds… Durf het niet hé!

En voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid klonken uit een donker oerwoud de historische woorden: God-ver-domme

Benieuwd naar het hele verhaal? U vindt De Prinses op het Witte Paard in elke Standaard Boekhandel, Boekhandel Theoria, of kan het hier online bestellen.

Share