En toen was er : MEX United

Geplaatst op in E-commerce, Marketing, Communicatie, Social Media

Mag ik u voorstellen : MEX United.

logo mexOp 1 januari sloegen e-commerce expert Cis Scherpereel en ikzelf de handen in elkaar en richtten een nieuwe onderneming op met de naam MEX United.  De voorbije jaren deelden Cis en ik zeer regelmatig onze kennis met elkaar. Vandaag willen we die kennis niet enkel delen, maar ook vermenigvuldigen.

Met MEX United stellen we onze kennis en ervaring ten dienste van ambitieuze ondernemers. We helpen hen de juiste strategische keuzes te maken. Met de juiste partners. We blijven dus adviseurs en coaches. Aan uw kant van de tafel.

Voortaan verwelkom ik u dus graag op de website en blog van MEX United waar u op de hoogte blijft van de recentste evoluties in de wereld van marketing en e-commerce. Wie ons graag ‘live’ aan het werk ziet, vindt hier een kalender met onze lezingen.

Tot gauw,

Kurt

kurt ostyn cis scherpereel

Onfris

Geplaatst op in Marketing, Maatschappij, Communicatie, Reclame, Literatuur

Mits het toepassen van de juiste technieken krijg je elk product of dienst aan de meerderheid van de consumenten op z’n minst één keer verkocht.” Dat weet elke marketeer.  Of dit echter de basis is van een goede marketingstrategie valt ten zeerste te betwijfelen, want éénmaal je het vertrouwen van een klant hebt geschonden ben je hem of haar definitief kwijt. Behalve in de politieke marketing. Het wordt steeds duidelijker dat in de huidige onderbuikdemocratie de perceptie belangrijker is dan de waarheid. Alle middelen zijn goed om die perceptie te voeden. En spijtig genoeg : het werkt.

Marketing en politiek : een onfrisse combinatie

“Lap, daar gaan we weer”, was mijn eerste reactie bij het zien van een titel en grafiek die een politieke partij onlangs de wereld instuurde. De titel luidde spectaculair ‘Overheidsbeslag duikt onder 50%’. De bronvermelding van de objectieve Nationale Bank van België moest de geloofwaardigheid van de cijfers verzekeren. En een grafiek met een sterk dalende pijl zette dit succes nog eens extra in de verf. Enkel de zeer aandachtige lezer kon ontcijferen dat het niet om echte resultaten ging, maar om een prognose waarbij vermoed wordt dat in 2019 het overheidsbeslag in 5 jaar tijd 0,2 % onder de magische 50% zou kunnen eindigen. Van een duik gesproken…

De politieke partij in kwestie excuseerde zich nadien voor het ‘voorval’ en noemde het een ‘bad day at the office’. Voor mij is het duidelijk: hier zijn ‘old school marketeers’ aan het werk die zeer goed beseffen dat de modale Belg zijn krant of tablet slechts diagonaal leest en zich dus makkelijk laat (mis)leiden door titels, afbeeldingen en statistieken. Of zoals elke journalist ondertussen al weet: “er zijn leugens, er zijn grove leugens, en er zijn statistieken…” Want jawel, met statistieken kan je alles bewijzen.

 

 

Mijn oren al eens goed bekeken?

Ik zou de makers van het dergelijke misleidende artikels persoonlijk aan de oren willen trekken. En over oren gesproken… Wist u dat ik statistisch kan aantonen dat ik met mijn 2 oren boven het wereldwijde gemiddelde zit?

Reken even mee: er zijn meer dan 7 miljard mensen op onze planeet van wie meer dan 99% twee oren heeft (er zijn namelijk ook mensen die door een afwijking of een ongeval maar één of zelfs geen oren hebben. Mensen met 3 oren zijn er wellicht niet).

Laat ons nu het gemiddelde berekenen (alle oren optellen die de mensheid momenteel bezit en dat delen door het aantal mensen), dan krijgen we het sommetje ‘iets minder dan 14 miljard’ gedeeld door 7 miljard’, en dat is dus iets minder dan twee. In Molokai, waar de bevolking hard te lijden had onder de gevolgen van Lepra (melaatsheid) liggen de resultaten onder dit wereldgemiddelde. Begrijpelijk. Ik daarentegen heb 2 oren. Ik zit dus boven het gemiddelde. Alstublieft.

Deze statistische bevinding wordt nog duidelijker wanneer ik ze in een (foute) grafiek giet :

Zie die score… Ik ben toch geweldig? En dat is nog niet alles: mijn ogen, handen, voeten, vingers, tenen, armen, benen… statisch gezien, scoor ik overal boven het gemiddelde. U kan er niet om heen… ik ben een superman. En ik kan het bewijzen!

Bovenstaande is een klassiek voorbeeld van hoe makkelijk het is om aan de hand van grafieken en statistieken mensen te misleiden, zonder te liegen.

Er wordt dankbaar gebruik van gemaakt door marketeers en journalisten, en helaas ook politici.

 

’t Is maar hoe je ’t bekijkt…

Nog een vaststelling: wanneer ik marketeers en trendwatchers hoor praten over de generatie van de 60plussers, dan kunnen ze mij met tal van onderzoeken en statistieken aantonen dat deze doelgroep ongelooflijk actief, dynamisch, levenslustig, leergierig en koopkrachtig is. Er is zelfs een term voor : de SKI-generatie (Spending Kids Inheritance). Hoor je een vakbondsleider over 60plussers praten, zal hij evenveel onderzoeken en statistieken hebben om te staven dat deze groep ‘oudjes’ moe en kapot gewerkt is en nauwelijks de eindjes aan elkaar weet te knopen. Statistieken geven hen beiden gelijk…

Moraal van het verhaal

Als lezer? Wees zeer kritisch wanneer statistieken worden opgevoerd. Ga op zoek naar het hele onderzoek. Bekijk de gegevens nauwkeurig.

Als marketeer? Heel eenvoudig: wees eerlijk.

Als politicus? Kijk regelmatig eens goed in de spiegel. 

 

WEBSHOP-bouwers zijn oplichters !!?

Geplaatst op in Marketing, Economie

 

In ware Trump-stijl en met een buik vol frustratie belde een ondernemer me gisteren op:

“Webshop-bouwers zijn oplichters, Kurt. Moet je nu eens horen wat ik hier mee maak…”

Ik kreeg geen kans om hem een goeie morgen te wensen. Hij stak metéén van wal. Hierbij een samenvatting van onze babbel :

Hij : “Ik vroeg aan mijn website-bouwer om offerte te maken voor een webshop voor mijn zaak. Het was even slikken toen ik een offerte ontving van 17.000 euro, dus vroeg ik natuurlijk ook eens prijs bij twee andere webshop-bouwers. De ene beweerde me een webshop te kunnen maken voor ongeveer 5.000 euro, de andere – hou je vast – zei dat mijn webshop meer dan 50.000 euro zou kosten!!!! Dat is toch pure willekeur en oplichterij godver*****??”

Ik : “(nadat ik hem eerst wat liet uitrazen 😉 )  Waarom heb jij een webshop nodig?”

Hij : “Hoezo waarom? Ik kan toch niet achter blijven? E-commerce zit in de lift. Als ik niet oplet is de trein voorbij. Dat weet jij toch ook? Steeds meer mensen kopen tegenwoordig online. Ik moet mee. Willen of niet. Allez, dat uitgerekend jij mij die vraag stelt?. Als marketeer…?

Ik : “Oh. Heb ik dan ooit beweerd dat elke ondernemer een webshop moet hebben?” webshop maken

Hij : “Ja toch…”

Ik : “Nee. Dat heb ik echt nog nooit gezegd. Ik heb wel gezegd dat elke ondernemer zich de vraag moet stellen hoe hij binnen zijn markt of sector een antwoord kan bieden op de groeiende vraag naar online kopen. Maar dat hoeft niet meteen een eigen webshop te zijn.”

Hij : “Dus je raadt het me af?”

Ik : “Nee. Ja. Misschien. Ik weet dat zomaar niet. Hoe zie jij zo’n webshop? Wat wil je ermee bereiken? Wil je er online verkoop uit halen? Of wordt het vooral een lead generator die mensen naar jouw zaak lokt? Welke producten ga je er op plaatsen? Toch niet alles vermoed ik? Wie wil je bereiken? Hoe zullen ze op jouw webshop terechtkomen?

Hij : “Tja, dat weet ik allemaal niet zo precies…

Ik : “Ah… Hoe heb je dan offerte gevraagd???”

Hij : “…. (stilte). Kunnen we eens afspreken?”

Moraal van dit verhaal? Zoals steeds: vergelijk geen appelen met peren. Vraag geen offerte aan vooraleer u uw online marketingstrategie hebt uitgetekend. Deze voorbereidende oefening zal u veel tijd, frustratie en geld besparen. Webshop-bouwers zijn geen oplichters. Hun ‘spontane’ offerte is meestal vanuit hun eigen werkveld. En ja, de prijsverschillen kunnen groot zijn afhankelijk van wat u van de webshopbouwer verwacht.

Nekt het stedelijk parkeerbeleid de lokale handel in Vlaanderen?

Geplaatst op in Economie

parkeerbeleid kortrijkIk had me voorgenomen om me niet meer te mengen in gevoelige debatten die zich in mijn eigen stad voordoen. Voor je het goed beseft, krijg je een hoop bagger over je heen. Maar ik ben heel slecht in goede voornemens…

Ik gaf de voorbije 4 jaar lezingen in meer dan 60 Vlaamse steden, waar ik uitgenodigd werd om mijn visie te geven over de toekomst van de lokale handel. Ik gaf duizenden handelaars een waslijst aan marketingtips om te kunnen beantwoorden aan de veeleisende consument in de 21ste eeuw. En waar ik me ook bevond, van Maastricht tot Oudenaarde of Roeselare, na mijn lezing kwamen er steeds handelaars naar me toe die me toch maar op het hart wilden drukken dat in hun stad de échte oorzaak van hun omzetdaling te wijten was aan het falend parkeerbeleid in hun stad of gemeente. Het is dus blijkbaar niet alleen een Kortrijkse ziekte.

Zou het echt zo eenvoudig zijn? Moeten we dus in alle Vlaamse steden de winkelleegstand in de schoenen schuiven van het stadsbestuur?

Het verhaal dat vandaag in mijn krant stond betrof een kledingzaak die genoodzaakt was de deuren te sluiten vanwege een te laag rendement. Ik begrijp hun frustratie. Familiale kledingzaken hebben het niet makkelijk. Ze voeren een harde strijd. Ik heb er een zeer groot respect voor. Het zijn namelijk deze familiale zaken die een winkelstad kleuren. Elke stad heeft ze nodig om zich te onderscheiden van het copy-paste aanbod aan winkelketens en de koele anonimiteit van de webshops. Maar ze voeren vaak een ongelijke strijd. Zo is in Kortrijk het aanbod aan kleding en mode de voorbije 8 jaar spectaculair gestegen van 34.730 m2 in 2008 naar 52.889 m2 vandaag. Dat is een toename van 52,3%. Je moet een ijzersterke kledingzaak hebben om dit niet te voelen in jouw omzetcijfer en winstmarge. Hier schuilt voor vele kledingzaken een belangrijke oorzaak voor hun negatieve cijfers.

Sommigen zullen deze cijfers aangrijpen om met een beschuldigende vinger naar de komst van het shoppingcenter K in Kortrijk te wijzen. Maar ook daar ben ik het niet mee eens. Globaal beschouwd, is de komst van K een goede zaak geweest. Hoe moeilijk ook. Mede dankzij K (in het hart van de stad!) is in de voorbij 8 jaar een nieuwe dynamiek in de stad gekomen. Jonge ondernemers steken hun nek uit. Met vallen en opstaan. Die dynamiek (ook op sociaal en cultureel vlak) zorgt voor een nieuwe aantrekkingskracht. Het aantal toeristen dat minimum 1 nacht in Kortrijk verbleef is gestegen naar 118.240. Een stijging van 42% tegenover 2008. Dat zegt wat.

Gek is dat ik na mijn lezingen vaak de vraag krijg: “Amai, wat gebeurt daar in Kortrijk? Wat een heropleving!”.

En daar wringt het schoentje. De Kortrijkzaan, ooit gekend als de dikke nek van West-Vlaanderen, is vandaag te bescheiden geworden. We geven liever af op onze stad dan er fier op te zijn. We hangen een beeld op dat parkeren in Kortrijk een ramp is. Alle middelen zijn blijkbaar goed om onze eigen commerciële ruiten in te slaan. Dat stoort me. Omdat het dom is. Dergelijke verwijten luchten misschien op voor de persoon in kwestie, maar gaan vooral ten koste van de vele hardwerkende handelaars. We jagen potentiële klanten weg. En naar waar? Naar andere steden? Met eenzelfde problematiek?

Vorige maand sprak ik in Roeselare met een handelaar uit de Noordstraat. Ook hij spuwde zijn gal uit over het parkeer- en verkeersbeleid in zijn stad. Maar op vandaag is de klantenbinding (eigen bevolking die in eigen stad koopt) voor de aankoop van kleding en mode in Roeselare nog boven de 90%. De Roeselaarse inwoners blijven trouw aan hun stad. In Kortrijk is dit 75%… Met hun aanhoudende negativiteit jagen sommigen de eigen klanten weg. Niet zozeer naar andere steden. Het zijn vooral Zalando, Bol.com en konsoorten die zich in de handen wrijven! Blijven mekkeren over parkeerproblemen versterkt de consument bij de gedachte: waarom zou ik sukkelen in de stad, als ik vanuit mijn luie zetel thuis beleverd kan worden…

Ik schrijf deze blog niet om mijn gelijk te halen. Niemand heeft de waarheid in pacht. Maar ik hoop dat het op z’n minst toch wat duidelijk wordt dat het te makkelijk is om plaatselijke winkelleegstand zomaar in de schoenen te schuiven van een falend parkeerbeleid. Ja, het kan vaak beter. We moeten er bij de lokale overheid blijven op hameren dat ze nog meer rekening houden met de noden van lokale handelaars. Ook in het belang van de aantrekkelijkheid van hun eigen stad. Maar als handelaar mogen we onze frustratie ook niet enkel in die ene richting ventileren. En zeker niet luidop. Stad en handelaar hebben elkaar nodig. Het gevecht om een beter parkeerbeleid moet binnenskamers gevoerd worden.

Wordt de 21st eeuw het einde van de zelfstandige? Ja. De ZELFstandige van vroeger komt nooit meer terug. We kunnen het niet alleen. Daarvoor beschikt een familiale handelaar niet meer over de kennis, tijd en middelen om bij te kunnen benen in deze snel veranderende markt en maatschappij. Net daarom moet we SAMEN WERKEN. Niet alleen in Kortrijk. Alle steden staan voor een zelfde uitdaging.

Dus mochten we nu al eens beginnen met het ‘samen’ aantrekken van shoppers naar onze stad, in plaats van ze weg te jagen door aanhoudend te jammeren over parkeerproblemen? Zou dat geen beter idee zijn?

En koop u eens een fiets of een Vespa… Alle parkeerproblemen opgelost! 🙂

kurt ostyn vespa

Mijn factuurmoment

Geplaatst op in Marketing, Communicatie

factuurmomentIk maakte ooit een afspraak met mezelf: klein blijven.  Om er zeker van te zijn dat ik trouw zou blijven aan die belofte, maakte ik een tweede afspraak : ik zou mijn facturen steeds zelf maken, in envelopes stoppen en eigenhandig adresseren…

Zo komt het dat ik nog steeds, en dit reeds meer dan 13 jaar, elke maand een ‘factuurmoment’ heb. Ik lees elke factuur na, plooi ze eigenhandig, stop ze in een envelop, neem mijn pen, en schrijf het adres van mijn klant. Natuurlijk zou ik veel tijd kunnen winnen door dit te automatiseren, maar ik wil het niet. Zo’n factuurmoment verplicht mij om na te denken over elke factuur. Heb ik genoeg waarde geboden voor dit bedrag? Brengt de samenwerking nog voldoende op? Zo’n zelf-evaluatie is bijzonder nuttig. Soms heb je het gevoel teveel te factureren, soms te weinig. Sommige klanten krijgen al meer dan 13 jaar maandelijks zo’n handgeschreven envelop van mij… Dat zijn er ongeveer 156. Nochtans is niemand contractueel aan mij verbonden. Elke maand kan het dus de laatste ‘brief’ zijn, mochten ze niet langer tevreden zijn over mijn diensten.

Het is een zalige gedachte. En ook al bestaat mijn klein bedrijfje ondertussen uit drie enthousiastelingen, toch blijf ik trouw aan mijn handgeschreven envelopes. Misschien moeten grote bedrijven ook wat meer liefde in hun facturatie steken, en beseffen dat elke klant kostbaar is.

Trouwe klanten komen niet uit de lucht gevallen…

foto : Gerald Vanrafelghem

foto : Gerald Vanrafelghem