Blogposts Tagged ‘lokale handel’

Nekt het stedelijk parkeerbeleid de lokale handel in Vlaanderen?

Geplaatst op in Economie

parkeerbeleid kortrijkIk had me voorgenomen om me niet meer te mengen in gevoelige debatten die zich in mijn eigen stad voordoen. Voor je het goed beseft, krijg je een hoop bagger over je heen. Maar ik ben heel slecht in goede voornemens…

Ik gaf de voorbije 4 jaar lezingen in meer dan 60 Vlaamse steden, waar ik uitgenodigd werd om mijn visie te geven over de toekomst van de lokale handel. Ik gaf duizenden handelaars een waslijst aan marketingtips om te kunnen beantwoorden aan de veeleisende consument in de 21ste eeuw. En waar ik me ook bevond, van Maastricht tot Oudenaarde of Roeselare, na mijn lezing kwamen er steeds handelaars naar me toe die me toch maar op het hart wilden drukken dat in hun stad de échte oorzaak van hun omzetdaling te wijten was aan het falend parkeerbeleid in hun stad of gemeente. Het is dus blijkbaar niet alleen een Kortrijkse ziekte.

Zou het echt zo eenvoudig zijn? Moeten we dus in alle Vlaamse steden de winkelleegstand in de schoenen schuiven van het stadsbestuur?

Het verhaal dat vandaag in mijn krant stond betrof een kledingzaak die genoodzaakt was de deuren te sluiten vanwege een te laag rendement. Ik begrijp hun frustratie. Familiale kledingzaken hebben het niet makkelijk. Ze voeren een harde strijd. Ik heb er een zeer groot respect voor. Het zijn namelijk deze familiale zaken die een winkelstad kleuren. Elke stad heeft ze nodig om zich te onderscheiden van het copy-paste aanbod aan winkelketens en de koele anonimiteit van de webshops. Maar ze voeren vaak een ongelijke strijd. Zo is in Kortrijk het aanbod aan kleding en mode de voorbije 8 jaar spectaculair gestegen van 34.730 m2 in 2008 naar 52.889 m2 vandaag. Dat is een toename van 52,3%. Je moet een ijzersterke kledingzaak hebben om dit niet te voelen in jouw omzetcijfer en winstmarge. Hier schuilt voor vele kledingzaken een belangrijke oorzaak voor hun negatieve cijfers.

Sommigen zullen deze cijfers aangrijpen om met een beschuldigende vinger naar de komst van het shoppingcenter K in Kortrijk te wijzen. Maar ook daar ben ik het niet mee eens. Globaal beschouwd, is de komst van K een goede zaak geweest. Hoe moeilijk ook. Mede dankzij K (in het hart van de stad!) is in de voorbij 8 jaar een nieuwe dynamiek in de stad gekomen. Jonge ondernemers steken hun nek uit. Met vallen en opstaan. Die dynamiek (ook op sociaal en cultureel vlak) zorgt voor een nieuwe aantrekkingskracht. Het aantal toeristen dat minimum 1 nacht in Kortrijk verbleef is gestegen naar 118.240. Een stijging van 42% tegenover 2008. Dat zegt wat.

Gek is dat ik na mijn lezingen vaak de vraag krijg: “Amai, wat gebeurt daar in Kortrijk? Wat een heropleving!”.

En daar wringt het schoentje. De Kortrijkzaan, ooit gekend als de dikke nek van West-Vlaanderen, is vandaag te bescheiden geworden. We geven liever af op onze stad dan er fier op te zijn. We hangen een beeld op dat parkeren in Kortrijk een ramp is. Alle middelen zijn blijkbaar goed om onze eigen commerciële ruiten in te slaan. Dat stoort me. Omdat het dom is. Dergelijke verwijten luchten misschien op voor de persoon in kwestie, maar gaan vooral ten koste van de vele hardwerkende handelaars. We jagen potentiële klanten weg. En naar waar? Naar andere steden? Met eenzelfde problematiek?

Vorige maand sprak ik in Roeselare met een handelaar uit de Noordstraat. Ook hij spuwde zijn gal uit over het parkeer- en verkeersbeleid in zijn stad. Maar op vandaag is de klantenbinding (eigen bevolking die in eigen stad koopt) voor de aankoop van kleding en mode in Roeselare nog boven de 90%. De Roeselaarse inwoners blijven trouw aan hun stad. In Kortrijk is dit 75%… Met hun aanhoudende negativiteit jagen sommigen de eigen klanten weg. Niet zozeer naar andere steden. Het zijn vooral Zalando, Bol.com en konsoorten die zich in de handen wrijven! Blijven mekkeren over parkeerproblemen versterkt de consument bij de gedachte: waarom zou ik sukkelen in de stad, als ik vanuit mijn luie zetel thuis beleverd kan worden…

Ik schrijf deze blog niet om mijn gelijk te halen. Niemand heeft de waarheid in pacht. Maar ik hoop dat het op z’n minst toch wat duidelijk wordt dat het te makkelijk is om plaatselijke winkelleegstand zomaar in de schoenen te schuiven van een falend parkeerbeleid. Ja, het kan vaak beter. We moeten er bij de lokale overheid blijven op hameren dat ze nog meer rekening houden met de noden van lokale handelaars. Ook in het belang van de aantrekkelijkheid van hun eigen stad. Maar als handelaar mogen we onze frustratie ook niet enkel in die ene richting ventileren. En zeker niet luidop. Stad en handelaar hebben elkaar nodig. Het gevecht om een beter parkeerbeleid moet binnenskamers gevoerd worden.

Wordt de 21st eeuw het einde van de zelfstandige? Ja. De ZELFstandige van vroeger komt nooit meer terug. We kunnen het niet alleen. Daarvoor beschikt een familiale handelaar niet meer over de kennis, tijd en middelen om bij te kunnen benen in deze snel veranderende markt en maatschappij. Net daarom moet we SAMEN WERKEN. Niet alleen in Kortrijk. Alle steden staan voor een zelfde uitdaging.

Dus mochten we nu al eens beginnen met het ‘samen’ aantrekken van shoppers naar onze stad, in plaats van ze weg te jagen door aanhoudend te jammeren over parkeerproblemen? Zou dat geen beter idee zijn?

En koop u eens een fiets of een Vespa… Alle parkeerproblemen opgelost! 🙂

kurt ostyn vespa

Share

En als we nu eens zelf het goede voorbeeld geven?

Geplaatst op in Marketing, Maatschappij, Communicatie, Economie

“BUY LOCAL! Koop bij de lokale handelaar!

Het is een leuze die veel en graag door handelaars gedeeld wordt. Terecht. We moeten onze local heroes koesteren. Buurtwinkels, kapperszaken, horeca en KMO’s zorgen voor werkgelegenheid, stuwen het verenigingsleven en brengen sfeer en dynamiek in steden en gemeentes. In vergelijking met deze lokale familiale handelszaken zijn winkelketens en webshops anonieme, dode sfeerbedervers. Het is een boodschap die we maar al te graag (en volledig terecht) in de hoofden van de hedendaagse consument willen prenten. Maar houdt het hier op? Moeten we ook niet de hand in eigen boezem durven steken? Het valt me op dat steeds meer ondernemers bovenstaande visie plots over boord gooien wanneer ze zelf hun interieur inrichten, hun drukwerk bestellen, of hun verzekering afsluiten. Op dat moment wordt die laatste 10 of 100 euro belangrijker dan de dynamiek en service van de lokale aanbieders.

lokale handelHiermee missen we belangrijke kansen om zelf het lokale ondernemerschap te ondersteunen. En dat is heel jammer. Niet alleen voor die ondernemers en de lokale economie, maar ook voor onszelf. We ontnemen ons namelijk een pak werkvreugde. Hoe komt het dat de ene ondernemer dagelijks 15 uren in de weer is, en toch een glimlach op zijn gezicht behoudt, terwijl de andere ondernemer als een ongelukkige zuurpruim zich kapot en uitgeblust voelt? Eén belangrijke reden: werkgenegenheid. U hoeft geen dikke cursussen psychologie gestudeerd te hebben om te weten dat de invloed van uw omgeving zeer bepalend is voor hoe u zich voelt. Mensen, van vlees en bloed, zijn hierbij gratis vaten vitamines. Ik had onlangs een korte middaglunch met mijn drukker. Al meer dan 10 jaar werk ik met hem samen. Perfecte service. Juiste prijs. Wellicht niet de goedkoopste. Maar ik kan op hem rekenen. Via hem houd ik voeling met de markt. En omgekeerd. We praten over de kinderen. De vrienden. De lusten en lasten van het ondernemen.

En door ons etentje kreeg ik zelfs inspiratie voor deze column. Dank u Jo.

 

Share

Arrogante klanten…

Geplaatst op in Marketing, Maatschappij, Economie, Literatuur
Arrogante klant

Illustratie uit: “De Prinses op het Witte Paard”

Het voorbije jaar had ik dankzij het traject Commerciële Inspiratie het genoegen ook heel wat kleine lokale handelszaken te mogen begeleiden. De meeste zaakvoerders staan er elke dag oog in oog met hun klant. Deze persoonlijke aanpak is hun belangrijkste troef tegenover de afstandelijke winkelketens en webshops.

Wat me echter meest heeft verrast (en ontgoocheld) zijn de vele verhalen en getuigenissen over de toenemende onbeleefdheid en arrogantie van sommige klanten. Steeds meer consumenten EISEN (ze vragen het niet) kortingen of een voorkeursbehandeling. Sommigen maken er een sport van om op een drukker moment hun beurt niet af te wachten. Ze voelen zich ‘meer’ dan de anderen. En sommigen genieten ervan om het personeel publiekelijk te vernederen. Bedroevend… En als ik uit alle verhalen een conclusie mag trekken…: geld maakt een mens misschien wel gelukkiger, maar blijkbaar vaak ook arroganter. Zou het toeval zijn dat de ergste verhalen zich in handelszaken in Knokke afspeelden, waar de welvaartsindex 17% hoger ligt dan het Vlaamse gemiddelde?

Sta er misschien even bij stil wanneer u dezer dagen in een drukke winkel even moet aanschuiven. Voor veel handelaars betekenen de koopzondagen dat ze een maand lang 7 lange dagen op 7 in de weer zijn.

Werkweken van 100 uren… En toch nog elke klant met de glimlach begroeten? Respect!

Share

Belgische winkels gaan kopje onder. Hoezo?

Geplaatst op in Marketing, Economie

local heroVandaag kopt De Standaard : Belgische winkels gaan kopje onder. Daarna volgen een reeks cijfers die deze titel staven.

  • Lagere prijzen: de globale prijzenindex van de Belgische winkels lag in december 2014 1,5 procent lager dan eind 2013.
  • Rendabiliteit: de winstgevendheid van de winkelketens gaat gestaag omlaag. Volgens Comeos was er een rendabiliteitsverlies van 20 procent in de voorbije tien jaar.
  • Omzet: stagnatie in 2014, voor de eerste keer in vijftien jaar.
  • Winkels: het aantal winkelvestigingen gaat in dalende lijn: – 2,39 procent in vergelijking met 2013, – 6 procent tegenover 2010.

Wat ik echter mis in bovenstaande opsomming zijn de cijfers over de toegenomen winkelvloeroppervlakte in deze periode. Tegenover 2010 is die in Vlaanderen namelijk met 12 % toegenomen. Daarvan is er 9 % ook effectief ingevuld. Zou het niet kunnen dat de winkelketens wat te ambitieus (hebberig?) zijn geweest in hun toekomstvisie? Zijn er niet gewoon te veel winkelketens?

Wanneer ik bij lokale familiale handelszaken pols naar hun ‘dromen’, hoor ik heel vaak dat ze graag in hun eigen regio een gevestigde waarde willen blijven, en hopen dat ze binnen 10 jaar eenzelfde rendement kunnen behouden, met een goed team aan medewerkers. Liefst nog dezelfde medewerkers als vandaag… Gezond verstand.

Zouden de aandeelhouders van winkelketens ook zo denken? Of moet het steeds ‘meer’, ‘groter’ en ‘rendabeler’?

PS : en zou het toeval zijn dat bijna alle ‘local heroes’ (lokale familiale handelszaken) die ik ken, hun omzet de voorbije jaren zagen toenemen? Toegegeven… ze moeten er veel harder voor werken dan 10 jaar geleden, … maar de klant lijkt hun inspanningen te waarderen.

Share

Uplace. Iedereen heeft gelijk.

Geplaatst op in Marketing, Maatschappij, Economie

Het zal je maar overkomen. De overheid doet je allerlei beloftes in mooie convenanten, en als ’t puntje bij ’t paaltje komt, blijken ze de gemaakte afspraken niet na te (kunnen) komen . Dat is wat Bart Verhaeghe overkomt met het U-place dossier.

Natuurlijk hoeft hij dit niet te pikken. Op die manier kan je niet gezond ondernemen. Voka heeft gelijk.

De lokale handelaar vecht vandaag met precies hetzelfde gevoel. De overheid doet allerlei beloftes over een ‘kernversterkend’ beleid, en als ’t puntje bij ’t paaltje komt, kiest die overheid voor megaprojecten in de periferie. Dat is wat honderden kleine zelfstandigen overkomt met het U-place dossier en andere megaprojecten.

Natuurlijk hoeven zij dit niet te pikken. Op die manier kan je niet gezond ondernemen. Unizo heeft gelijk.

Maar wie zal nu gelijk krijgen? De groep kleine zelfstandigen? Of de groep machtige projectontwikkelaars?

Ik denk het antwoord te kennen…

Share